hupkens ed 20
Auteur: Paul Asselbergs

 


Het is alweer maart, en wie kent niet de uitdrukking: Maart roert z’n staart.

Maar wat zou daar nou op rijmen? Ik weet het: Dat doet ook Sinterklaas z’n paard.

En wat rijmt er dan op: April doet wat hij wil? Nou, dit: Als het bliksemt geef ik een gil.

En dan volgt mei: In mei leggen alle vogels een ei. Dan rijmt: zo klaagde een knotwilg tegen mij. Over de andere maanden van het jaar ken ik geen vaste uitdrukkingen.

Ik kan ze wel bedenken: ik houd van februari, dan ga ik meestal op safari. Maar ook hier haal ik de Libris Literatuur Prijs niet mee denk ik.

Maar zoals u ziet: rijmen is niet moeilijk. Dichten wél, bijvoorbeeld als er een gat in je ruit zit. Laatst vroeg iemand aan mij: “wat is eigenlijk het verschil tussen een gedicht en een vers?”

Ik zei: “als een gedicht nét af is, dan is het vers”.

Mijn vader zaliger kon buitengewoon mooie gedichten schrijven. Hij leerde ze ook nog vaak uit zijn hoofd, en daar hebben wij als gezin, maar ook veel van zijn vrienden en kennissen, vaak van kunnen genieten. Ook lange gedichten van andere schrijvers (soms in dialecttaal) droeg hij regelmatig op bruiloften en partijen voor en jawel, ook meestal uit z’n hoofd.

Ik herinner me ineens, nu ik het over rijmen en dichten heb, dat destijds een klasgenoot van mij op het Moller van de leraar Jan Vlekke een gedicht moest afmaken. Op het bord stond de zin: we zwemmen in het zilte nat. Mijn klasgenoot bedacht de volgende regel: en het water komt tot aan m’n knieën. De leraar werd boos en zei: "stommerd, dat rijmt toch niet!!!"

"Nee, zei de jongen: "bij laag water niet, maar bij hoog water wél hoor".

Om af te sluiten nog een bijzonder rijmpje dat onze voormalige burgemeester Han Polman een tijdje geleden aan mij vertelde. Het ging over de betekenis van een ambsketting (ambtsketen). Hij zei: "Een burgemeester is net een fiets; zonder ketting is hij niets".

©2026 Paul Asselbergs