![]() |
Auteur: Paul Asselbergs
|
Moltalk
Ik zal het vertalen: ‘praten over mollen’.
Mijn eerste kennismaking met een mol was destijds op de muziekschool. Dat heette toen: AVMO (Algemeen Vormend Muziek Onderwijs).
Daar leerde ik o.a. noten lezen, al of niet met mollen en kruizen.
Mollen, althans dat vond ik toen, maakten de muziek wat somberder, en kruizen wat vrolijker. Dat was natuurlijk complete onzin, maar dat was mijn eerste indruk over een mol. (Ik laat mijn eerste indruk over een kruis hier maar even buiten beschouwing).
Later leerde ik ook een mol als klein zoogdier kennen. Mollen zaten vroeger bij ons in de tuin, maar daar was mijn vader niet blij mee.
Men zegt wel eens: ‘tijden veranderen’, maar de weerstand tegen mollen is er volgens mij nog altijd, vooral bij tuinliefhebbers. Dus mensen die in een flat wonen hebben, wat mollen betreft, mazzel. Maar, wat voor last hebben ‘tuinliefhebbers’ nou van mollen?! Je zou zeggen: “mooier, beter en leuker kan het toch niet, een huis met een tuin?” Maar nee, als mollen je gazon omwoelen, dan is dat niet leuk. Met zulke mensen heb ik te doen!! Die gun je gewoon een flat of huis zonder tuin! Maar stel je eens voor: als je ’s morgens vanuit je keuken naar de tuin kijkt en dan molshopen ziet. Dat is toch een ramp!! Die mensen zien liever een hope(n)loze tuin.
Laatst ving ik een gesprek op tussen twee tuinbezitters die allebei pas een ‘mollenramp' hadden meegemaakt. Het allerergste vonden ze, dat hun grasmaaier (een robot) zich een bult schrok toen die tegen zo'n molshoop aanreed. Nou, dan moet je dus daarna zelf gaan proberen om die mol te vangen, maar dat is heel lastig. Elke mol gaat gewoon z'n eigen gang. Mijn advies tenslotte is: mensen, blijf gewoon positief. Hoop doet toch leven! Ik wens u bij een gelukkig en gezond 2026 toe. Laat ons daar samen op hopen.
©2026 Paul Asselbergs
