Iedere woensdag en zondag
11:00 - 13:00 uur bij
ROS-Kabelkrant,
ZIGGO kanaal 43 en
maandag van 19:00 - 21:00 uur bij HTR - ZIGGO Kanaal 917
en natuurlijk 24 uur per dag via onze website.

Bossche Monumenten 2020

Ed Hupkens
Auteur: Ed Hupkens

073. Oirkens en moirkens

FotoBM 073Gedeelte voorgevel huis en poortgebouw met achterliggende traptoren van De Munt. Anno 1943. Foto: Erfgoed ’s-Hertogenbosch nr. 0049275

Het pand aan de Postelstraat 42 is sinds maart 1995 een rijksmonument. Het staat bekend onder de naam De Munt, omdat er in 17e eeuw munten zijn geslagen. Juni 1578 kreeg ’s-Hertogenbosch van Filips II als hertog van Brabant toestemming om gouden, zilveren en koperen munten te slaan. Zo werden er gouden realen en Philippusdaalders vervaardigd. In hoofdzaak werden er in de hertogstad echter kleine munten geslagen: oirkens (een kwart stuiver waard, gemaakt van één deel zilver op vier delen koper), negenmannekens (een achtste stuiver, één deel zilver op twaalf delen koper) en penninxkens of moirkens (een zestiende stuiver, één deel zilver op vierentwintig delen koper). In die tijd kon men voor een stuiver een pond rundvlees of vijf haringen kopen. Een pond boter kostte drie stuivers en een pond kaas twee en een halve stuiver. Het was overheidsgeld dat geslagen werd, maar dit was dikwijls uitbesteed aan particulieren. De muntmeester was vaak een particuliere ondernemer. Per vervaardigde munt moest een bepaald gedeelte (slijsgeld geheten) als belasting aan de overheid betaald worden. Dat waren de inkomsten van de stad uit het slaan van deze kleine munten. Vanaf 1581 tot 1589 werden er daadwerkelijk munten geslagen in de Hof van Zevenbergen en later in de Mortel. Wegens de onrustige toestanden door de Tachtigjarige Oorlog werden de werkzaamheden pas in 1591 hervat. In 1613 werd Nicolaes Bloemaerts de nieuwe muntmeester. Hij huurde het pand in de Postelstraat dat we nu kennen als De Munt en begon met het slaan van munten. Deze geldstukken werden voorzien van een boompje als onderscheidingsteken. De gloeiend hete munten werden in ijzeren manden in de achter het pand stromende Binnendieze neergelaten om af te koelen. Op 16 november 1624 werden de ovens voor de laatste keer gedoofd en hield de Bossche muntslag op te bestaan.

Via een geprofileerde, natuurstenen ingangspoort bereikt men het laatgotische huis. De poort heeft een ezelsrugboog waarop zich hogels en een kruisbloem bevinden. Op de binnenplaats, tegen de woning aan, bevindt zich een zeskante traptoren van baksteen met natuurstenen banden. Daarin zijn korfboognissen geplaatst met driepassen in hun boogvelden. In het achterhuis en in de keuken zitten schouwen met natuurstenen wangen. De voorgevel aan de straatkant, naast de poort, is eenvoudig gepleisterd en is voorzien van schuiframen.

© 2011 - 2020 'n Lutske Brabants - zaterdag 31 oktober 2020 - Tijd: 00:00:00 - Webdesign: Broeklandsoft - Sponsor: Frans van den Bogaard